OOPS. Your Flash player is missing or outdated.Click here to update your player so you can see this content.
 
       Beerschot | U bent hier: Nieuws arrow In de pers arrow "Beerschot, dat was toen KV Mechelen maal tien"

Doorzoek website

"Beerschot, dat was toen KV Mechelen maal tien"

14 december 2007 - Morgen speelt Yellow Red KV Mechelen tegen Germinal Beerschot.  De Kakkers tegen de Ratten, Antwerpse traditieclubs met een grote achterban.  Paul Beloy, Beloy spreek uit Belouis, weet er alles van.
Beloy Beloy speelde voor beide clubs toen Yellow Red KV Mechelen nog gewoon KV Mechelen was (van 1973 tot 1977) en Germinal niet voor Beerschot stond (van 1977 tot 1981).  De ranke verdediger van toen is nu vijftig, vader van drie kinderen, coördinator in het KA Hoboken en community manager bij Germinal Beerschot.  Bijna twintig jaar was hij geen stadion meer binnen geweest.  Nu leeft hij weer mee met Beerschot.  En ook een beetje met KV.

Kan jij eens even duiden wat KV Mechelen en Beerschot voor jou betekenen ?
Paul Beloy :
KV Mechelen, dat was het begin.  Ik werd als 16-jarige tijdens een scholentornooi ontdekt omdat ik nogal wat goals had gemaakt.  Tweedejaarsscholier was ik toen ik bij een groep terechtkwam die door Fi Vanhoof werd getraind.  Later werd ik omgevormd tot verdediger.  KV Mechelen, dat was alles de eerste keer, de eerste keer in het eerste elftal, in de pers, niet meer anoniem.  En Beerschot, dat was hetzelfde als KV Mechelen, maar maal tien.  Van de stad naar de grootstad.  Alles werd uitvergroot, zowel het positieve als het negatieve.

Verschillen de clubs veel van elkaar ?
KV Mechelen had het in mijn periode financieel moeilijk.  Er werd noodgedwongen naar de eigen jeugd gegrepen.  En Beerschot dat was de grandeur.  Het was de periode waarin alles kon.  Geld was geen probleem, maar het zakelijk verstand ontbrak om de club naar behoren te runnen.  Het Germinal Beerschot van nu wordt veel beredeneerder geleid.

"Ik was geen anonieme speler
omdat ik altijd de beste spits
van de tegenpartij moest
uitschakelen."
 

Was je zoals vaak werd beweerd een beperkte voetballer ?
Ik kan leven met de realiteit.  Ik ken jongens die technisch veel beter waren dan ik maar die nooit het eerste elftal hebben gehaald.  Ik was snel, krachtig, lenig en ijzersterk in de één-tegen-één-situaties.  Bovendien wist ik van mezelf best wat ik wel en niet kon en deed dan ook geen domme dingen op het veld.  Ik beheerste vooral het afpakken van de bal.  Dan ben je niet de populairste speler van de ploeg maar wel iemand die nodig is in een elftal.  Zoals ook Julleke Van Opdorp en Louis Van Gucht bijvoorbeeld bij Beerschot hun plaats hadden.  Geen wereldvoetballers, maar o zo nuttig.  Maar ik was geen anonieme speler omdat ik altijd de beste spits van de tegenpartij moest uitschakelen, zoals Vandenbergh, Rensenbrink, Ceulemans.  Verder hadden we Lozano in de ploeg.  De bal bij hem inleveren volstond.  Juan was de virtuoos, niet ik.

Een zwarte speler, dat was in uw periode als voetballer nog haast een unicum.
Naast mezelf was er alleen Giba in eerste klasse.  Ik was helemaal raar, hé.  Raar dat ik zwart was, raar dat ik Nederlands en Frans sprak, raar dat ik studeerde.  Bij mijn overstap van KV Mechelen naar Beerschot werd contractueel vastgelegd dat ik mijn studies regentaat LO mocht afmaken.  Op vrijdag moest ik stage lopen.  Dan belde ik 's avonds naar de club om te vragen hoe laat we 's anderendaags moesten samenkomen voor de match.  Zoiets is nu ondenkbaar (lacht).

Werd je vaak uitgescholden omdat je zwart was ?
Ach.  Toen ik als vierjarig jongentje in België aankwam, ging mijn vader voor arts in Leuven studeren - mijn moeder was in Congo achtergebleven - en werd ik samen met mijn zus bij twee vrouwen, mijn pleegtantes, in Mechelen ondergebracht.  Brave, toegewijde mensen die het beste voor ons wilden.  Sport interesseerde hen niet.  Mijn tantes en mijn vader hebben me nooit zien voetballen.  Ze wisten na een wedstrijd niet eens of we gewonnen of verloren hadden.  Dat heeft me gehard, ik heb alles alleen moeten doen.  In het regentaat heb ik les gehad van Jef Brouwers, de sportpsycholoog.  Hij zei me : Paul, denk eraan, zolang je voetballer bent, zal je als zwarte op gelijke voet behandeld worden, maar eens je uit de picture verdwenen bent , zal je altijd een trapje lager staan.  Het klopt.  Toen ik daar als klein ventje met mijn zus in Mechelen stond, kwamen de mensen naar ons, die twee schattige negertjes, kijken.  Tof, leuk, allemaal vriendjes.  Maar toen ik zestien was en in een ijsfabriek vakantiewerk wilde gaan doen werd er een veto gesteld.  Als die binnenkomt, stoppen wij met werken.  Plots was ik een concurrent, ging het over macht.  Zo is het nog altijd.

"Ik wil niet terug
naar Congo.
Ik kan het niet."

Ben je zelf ooit terug in Congo geweest ?
Nooit.  Ik wil niet terug naar Congo.  Ik kan het niet omdat ik weet dat heel mijn familie me zal vragen ze mee te nemen naar hier en ze financieel te steunen.  Misschien is dat laf ja.  Maar de verwachtingen van de familie ginder naar mij toe zijn gewoon te groot.  Mijn zus is enkele jaren geleden naar Congo geweest, ze heeft het meegemaakt.  Ons moeder heeft toen drie dagen moeten stappen om haar te ontmoeten ... (stilte)

Mis je je moeder dan niet ?
Ik heb haar nooit gekend.  (denkt na)  Ik kan die confrontatie ginder in Congo niet aan.

Je hebt drie kinderen.  Praten zij over Congo ?
Mijn kinderen zijn Belgen, Antwerpenaars, mulatjes (lacht).  Ze zoeken allemaal hun eigen weg en doen hun eigen ding, net als hun vader.  Mijn oudste dochter is lerares en staat aan het hoofd van een privéschool.  De jongste dochter is actrice (Tatyana Beloy speelde al bij Spring en heeft nu een rol in Spoed red.) en mijn zoon van 17 is nu al bezig in de muziekwereld, hij is DJ en maakt zelf muziek.

Schrikken mensen nu nog als Paul Beloy een zwarte blijkt te zijn ?
Heel vaak.  Mijn naam klinkt ook niet zo Afrikaans.
  Officieel heet ik overigens Beloy Beloy (toont zijn paspoort).  Een grapje van Mobutu destijds.  Paul was een katholieke voornaam en dat mocht op een bepaald moment niet meer van hem.  Het is toen Beloy Beloy geworden, de zoon van Beloy, zeg maar.  Maar de mensen kennen me als Paul, dus werd het Paul Beloy Beloy.

Nadat je je actieve carrière bij Denderleeuw had afgesloten, ben je lang uit het voetbal weggeweest.
Een bewuste keuze.  Ik ben niet iemand die ergens blijft hangen om er alleen maar bij te horen.  Sinds ik vorig jaar als community manager ben aangesteld bij Germinal Beerschot, ben ik het voetbal weer gaan volgen.  Ik heb altijd een sportieve en een menselijke kant gehad en die twee lopen vaak hand in hand.  Dat bleek in mijn fitnesszaak die ik heb uitgebaat, maar ook op school en nu bij Germinal Beerschot.  We werken aan projecten waarin de buurtbewoners bij Germinal Beerschot worden betrokken.  En dan gaat het zeker niet enkel over allochtone mensen, hé.

Wordt een zwarte man van vijftig als jij nog wel eens geconfronteerd met racisme ?
Het gebeurt, maar ik erger me niet aan domme mensen.  Er is wel innerlijke pijn.  Zoals onlangs toen ik op een zaterdagnacht mijn jongste dochter wenend aan de lijn kreeg.  Ze was samen met mijn zoon op stap in Antwerpen.  Zij mocht de dancing binnen, hij niet.  Omdat hij mulat was.  Dat komt hard aan, vooral omdat je machteloos bent.  Ach, zwart, allochtoon, buitenlander, het heeft allemaal een naam.  Maar is kies voor bicultureel, want dat zijn we haast allemaal.

Tot slot, ga je zaterdag kijken ?
Allicht wel.  Het zal speciaal zijn want ik ben al ontzettend lang niet meer op KV Mechelen geweest.  Voor wie ik zal supporteren ?  Voor Germinal Beerschot, en ook een klein beetje voor KV (lacht).  (Luc De Ranter)

Bron : Gazet van Antwerpen - 14.12.2007