OOPS. Your Flash player is missing or outdated.Click here to update your player so you can see this content.
 
       Beerschot | U bent hier: Nieuws arrow Archieven arrow persberichten arrow De sporttaal is universeel

Doorzoek website

De sporttaal is universeel

360° PARTICIPATIE

360_participatie_cover150_03.jpgIn 360° Participatie geven 36 auteurs hun kijk op participatie aan cultuur, jeugdwerk en sport.  Tegelijk positioneert dit boek brede thematieken zoals burgerschap, gemeenschapsvorming, armoede, inclusie en interculturaliteit binnen het Vlaamse cultuur-, jeugdwerk- en sportbeleid.  Sommige hoofdstukken zijn eerder theoretisch en academisch onderbouwd.  Andere zijn toegankelijker, geschreven vanuit de praktijk of vanuit de buik.  Allen zijn het eerlijke en waardevolle stemmen in het debat over de rol van cultuur, jeugdwerk en sport in een democratische samenleving.

360° Participatie is een aanzet tot een doorgedreven participatieverhaal, over verschillende sectoren heen.  Een verhaal dat vanuit mensen zelf vertrekt, zodat iedereen meer cultuur, jeugdwerk en sport kan smaken en maken.  Het is zoeken naar strategieën, anders kijken, luisteren en inspireren.  Daarvoor zijn visie en doelgerichtheid nodig.  Dit boek brengt opinies vanuit engagement en betrokkenheid met kansengroepen.  Het bevraagt dan ook heersende attitudes en beleidsdilemma's zonder daarbij kritiek uit de weg te gaan.


Marjolein Bultynck haalde een Master in de Psychologie en was zes jaar redactrice en reporter voor verschillende televisieproductiehuizen.  Naast de communicatie, deed ze de artistieke planning en productie bij Theater De Spiegel en werkte ze als communicatie- en persverantwoordelijke bij Argos Centre for Art & Media.

"De sporttaal is universeel."

1205273124_downtown_beloy.jpgInterview met Paul Beloy

"Toen ik stopte met voetballen vroeg de Koning Boudewijnstichting me regelmatig als jurylid voor verschillende projecten in verband met allochtonen of sport.  Op een bepaald moment kwam ik te weten dat er gestart werd met een nieuw project 'Verantwoord ondernemen binnen de sport'  Samen met Jef Cas van de sportdienst Antwerpen en Henk Mariman, de toenmalige jeugdcoördinator van Germinal Beerschot, stelde ik hiervoor een dossier op.  Wij schreven een missie en een visie uit.  Als er iemand met een voorstel kwam, moest het aan die missie en vissie voldoen.  Ik wilde niet met iets nieuws beginnen, wel bindingsfiguur zijn tussen verschillende organisaties."

Een aantal jaren later is ex-voetballer Paul Beloy 'Community Manager' van het project 'Germinal Beerschot Downtown'.  Demos vroeg hem naar zijn ervaringen.

Welke jongeren bereiken jullie met 'Germinal Beerschot Downtown'?
Paul Beloy :
"De meeste jongeren die hier komen sporten zijn van Turkse, Marokkaanse of een andere nationaliteit.  De stagiairs zijn jongeren uit deze buurt, de meerderheid van allochtone afkomst.  Ze kunnen met sommige jongeren praten in hun moedertaal, wat soms wel handig is om afspraken te maken met degenen die komen sporten.
Er zijn hier veel kansarme jongeren, maar ik vind dat er nog te weinig de weg naar onze werking vinden.  Niet gemakkelijk want je moet er een folder voor maken, die over de OCMW-kantoren verspreiden, je moet iemand hebben die al die kinderen en jongeren bij elkaar brengt.  Dat moet je zelf doen, want het OCMW heeft er geen personeel voor."

Wat houdt het project in ?
Paul Beloy : "Je hebt een luik 'sportief', een luik 'community' en en luik 'tewerkstelling'.  Onze uitvalsbasis is het stadion.  Het wordt enkel om de veertien dagen gebruikt en meestal dan nog in het weekend.  Iedereen weet het liggen, het is van ver zichtbaar en het kan multifunctioneel worden gebruikt.
Naast de reguliere jeugdwerking van Beerschot richtte ik de 'Germinal Beerschot Downtown Academy' op.  Aan onze partners als Pleinontwikkeling, Kids, Samenlevingsopbouw en het OCMW vertelden we dat kansarme jongeren die graag wilden voetballen en daarvoor niet bij een reguliere club terecht konden, op woensdag bij ons welkom waren.  Ze mochten dus voor hun plezier komen 'shotten'.  Daarna bekeken we de randvoorwaarden.  Als je wil voetballen heb je voetbalschoenen en een truitje nodig.  We gingen op zoek naar partners
die die jongeren schoenen en shirts wilden geven.  Het OCMW en de Sportdienst hebben ons daarbij geholpen.  Nu trainen die jongeren in kleding van ex-spelers van de eerste ploeg van Germinal Beerschot en kunnen we voor die jongeren voetbalschoenen kopen.  Het eerste jaar waren ze gratis lid, vanaf dit jaar betalen ze elk jaar 10 euro.  Er staan ongeveer tien trainers klaar om de jongeren te begeleiden, twee personen wassen wekelijks de shirts, broeken en kousen van die jongeren."

Jullie organiseren ook een tornooi voor de zesde leerjaren ?
Paul Beloy :
"De leerlingen van het zesde studiejaar zijn voor ons bepalend.  Als we daar een goede band mee hebben, nemen die dat mee naar het secundair onderwijs.  Voor de zesde studiejaren organiseren we een tornooi tijdens de lesuren op de oefenvelden van Germinal Beerschot.  De winnaar krijgt de wisselbeker 'Germinal Beerschot Downtown'.  Tijdens de laatste thuiswedstrijd van Germinal Beerschot geeft onze voorzitter de beker aan de winnende ploeg."

Wat omvat het community-luik ?
Paul Beloy :
"Je moet het maar eens meemaken als je in de buurt van het stadion woont.  Tot twee à drie uur 's nachts was het hier kermis na de thuiswedstrijden.  De buren hun tuinen werden ondergeplast en er was veel lawaaihinder.  Dat probeerden we op te lossen via 'het lokaal overlegcomité'.  De veiligheidscoordinator van Germinal Beerschot, de stadionverantwoordelijke, de politie, de verantwoordelijke van de verschillende buurtgemeenschappen, de stewards, de kabinetchef van de burgemeester en ik als community manager zijn lid van deze vergadering.  We maakten duidelijke afspraken met de omliggende cafés.  Samen met de buurtbewoners spraken we de sluitingsuren af."

Werken jullie ook rond andere aandachtspunten met de scholen ?
Paul Beloy :
"We hebben het community-project 'Doe Gezond'.  Zowat elke school heeft een voedingsproject.  We gingen kijken hoe ze dat in Nederland aanpakken.  We nodigden 's morgens het tweede jaar secundair van een bepaalde school uit.  Samen met de spelers kregen ze een gezond ontbijt.  Van 10 tot 12 uur was er een doorschuifsysteem.  De eerste sessie was een voedingssessie waarin we de jongeren en de ouders leerden hoe je een gezond ontbijt klaarmaakt.  Sessie twee was de Coopertest.  Sessie drie een vet- en lengtemeting, sessie vier een stadionbezoek.  Elke sessie duurde een half uur en om 12 uur waren we rond.  Elke jongere kreeg een contract waarin stond dat hij gedurende twintig weken op zijn voeding moest letten en aan beweging moest doen.  Tijdens de eerste maand moesten de jongeren drie keer per week in school aan sport doen, tijdens de tweede maand regelmatig water drinken.  Ze kregen dan een stempel als hun drinkfles leeg was.  De derde maand had als thema 'Ik ga met de fiets of te voet naar school'.  Maand vier liep in het teken van 'Ik eet fruit en ook mijn snacks zijn fruit'.  Het laatste uur op vrijdag werd er in de klas fruit uitgewisseld.  Maand vijf ging over sport en beweging.  's Morgens voor de les, werd er eerst bewogen in de klas : armen draaien, lopen en 'hakken' of dansen.   Het voordeel was dat die jongeren kalm waren op het moment dat de les begon.  Na 2 à 3 maanden kwamen de voetballers van Germinal Beerschot naar hun school.  Wie het einde haalde, kreeg een diploma getekend door de spelers.  Bij een aantal jongeren hangt dat contract boven hun bed.  De spelers worden op die manier gebruikt om jongeren aan te zetten om gezond te eten en te leven."

Jullie nemen ook deel aan de buurtfeesten ?
Paul Beloy :
"We hebben hier straten en pleinen die aan het voetbalterrein palen.  Bij buurtfeesten zorg ik voor kinderopvang met volksspelen.  Als het regent, kan alles blijven doorgaan onder de tribune en bij mooi weer rond de tribune.  Ik zorg voor monitoren die een oogje in het zeil houden.  Ik voorzie een bepaald budget voor randanimatie.  Op vraag van het buurtcomité laat ik bijvoorbeeld een plaatselijke zanger komen of ik geef de jongeren een gesigneerde bal of T-shirt die ze op een tombola kunnen verloten."

Vertel eens wat meer over het luik tewerkstelling ?
Paul Beloy :
"Laaggeschoolden vegen de straat maar als hun baas niet in de buurt is, zie je ze met hun arm op hun borstel rusten.  Als diezelfde mensen de stoeltjes mogen poetsen van Germinal Beerschot terwijl de spelers aan het trainen zijn, dan hebben ze verhalen als ze naar huis gaan.  Die crossover is een meerwaarde, zowel als tewerkstellingsproject voor laaggeschoolden als voor mijn sociaal project.  Onze bar is geschilderd, de tapijten zijn gelegd en onze toiletten gerepareerd door andere projecten als Manus, Levanto en Werkvorm vzw.  Die mensen zijn trots omdat zij hebben kunnen meewerken aan de verschillende realisaties in het stadion."

Jullie richten ook een animatorcursus in ?
Paul Beloy :
"Vele jongeren uit de buurt hebben geen diploma, en komen daardoor niet in aanmerking voor de arbeidsmarkt.  Samen met Jes en KAVKA, de jeugddienst van de stad Antwerpen, begonnen we met een cursus 'event-animator'.  De jongeren volgen hiervoor zestig uren les over tien zaterdagen.  Tijdens de vorige sessie begonnen ze met dertien en elf haalden er hun diploma.  Hun voetbalstage doen ze op Germinal Beerschot, hun stage fuifbegeleider in ht nieuwe jongerencentrum KAVKA op het Kiel.  Om er zeker van te zijn dat die jongeren bleven komen, zorgde ik ervoor dat ze elke zaterdag een ontbijt kregen.  Zo hadden ze een bijkomende reden om er zeker te zijn."

Hoe verloopt de samenwerking met de partners ?
Paul Beloy :
"Het Downtownproject gaat nu het derde jaar in.  Ik zie qua evolutie
een ongelooflijke medewerking van de partners en een positieve benadering van het publiek.  Onze partners zijn vragende partij om de bestaande werking voor te zetten.  Het probleem is dat we telkenmale maar voor één jaar subsidie krijgen.  Dat wil zeggen dat we in september niet weten of we het volgende jaar verder kunnen werken.  Een vervelende situatie voor de partners en voor de werking.  Een goede samenwerking hangt af van de manier hoe je de zaken aanbrengt en van de afspraken die je maakt.  Om de drie maanden is er een evaluatie.  We stellen een planning op tot het einde van het seizoen en die bespreken we dan met onze partners."

Hoe werk je samen met het OCMW ?
Paul Beloy :
"Het OCMW krijgt inkomkaarten voor bepaalde wedstrijden.  Het bleek dat sommige van de mensen die de kaarten kregen ze verkochten buiten het stadion.  De kaarten hebben een waarde van 15 euro, voor sommigen een week eten.  We losten dat op door die kaarten niet meer op voorhand te geven.  Wie naar de wedstrijd komt, krijgt zijn kaart in het stadion en gaat met mij naar zijn plaats.  Volgend jaar vragen we 5 euro per kaart, zodat de mensen een inspanning moeten doen om een inkomkaart te krijgen."

In welke mate is Germinal Beerschot bij het Downtownproject betrokken ?
Paul Beloy :
"De club zelf is er niet mee bezig.  Nog niet iedereen heeft door dat een communitywerking een meerwaarde heeft.  We proberen nu structurele subsidies te krijgen.  Maria Arena, minister van de federale overheid, vraagt aan de clubs om tegenover het bedrag dat zij geeft ook een som te voorzien voor de communitywerking in de clubs.  Volgens mij moet het mogelijk zijn dat de clubs de eerste jaren borg staan voor een bepaald bedrag en ze de volgende jaren geld vrijmaken via bijvoorbeeld de tv-gelden.  Als we die afspraken kunnen maken met de Pro League, dan kunnen ze dat tijdens hun onderhandelingen meenemen."

Heeft het project als bijbedoeling dat Germinal Beerschot nieuwe supporters werft ?
Paul Beloy :
"Tussen tien en twaalf jaar word je supporter.  Ik heb er voor gezorgd dat er per zes jongeren één volwassene is die een oogje in het zeil houdt en die dan gratis naar sommige wedstrijden mag komen.  Vroeger waren het de leraars die meekwamen, nu zijn het gewoon ouders.  Op den duur wordt Germinal Beerschot de club van die jongeren.  Op die manier krijg ik ook mijn 'kleurprobleem' opgelost in de club.  Ik heb maar één procent allochtonen die naar de wedstrijden komen kijken.  Maar als ik de scholen in de buurt uitnodig, krijg ik automatisch meer allochtonen over de vloer."

Hoe zitten de zaken bij Germinal Beerschot voor mensen met een beperking ?
Paul Beloy :
"Net zoals de beleidsmensen bepaalde zaken verplichten, zoals de grootte van het plein, de doelpalen, de lichtsterkte ... zo zou er meer aandacht mogen gaan naar mensen met een beperking.  Daarvoor werk ik nu ook een dossier uit.  Ik denk aan de blinden die een hoorapparaatje krijgen en via een verslaggever de wedstrijd live in het stadion kunnen volgen."

Is jullie project ook geschikt voor kleine gemeenten ?
Paul Beloy :
"Onze werking is er voor kansarmen in alle gemeenschappen.  In het begin vroegen ouders zich af waarom hun kind niet binnengeraakte bij Germinal Beerschot.  We nodigden toen vijftig vaders uit op een vergadering.  Ze wilden met hun eigen ogen zien dat de spelersselectie eerlijk gebeurde.  We vertelden hen dat Germinal Beerschot een professionele ploeg is die leidt naar professioneel voetbal, en dat die enkel de beste jongeren overhoudt.  Een groepje bepaalt of je goed bent of niet.  Daarnaast heb je de reguliere werking met de reguliere ploegen waarbij de allochtonen zich als vrijwilliger kunnen aansluiten.  Maar allochtonen kennen geen vrijwilligerswerk.  Al die clubs zitten vol met allochtonen maar niemand van hen rijdt, wast de kleren of staat achter de bar.  Nochtans is alle hulp welkom.  Een Samira die een spelertje met een zere enkel verder helpt, die jongere gaat niet vragen aan Samira om eerst haar hoofddoek af te doen.  Hij is blij dat er zich iemand om hem bekommert.  In vele gevallen is dat al voldoende en is er niet meer hulp nodig.  Stel dat het Ramadam is, dan moeten het eten en de momenten waarop de training wordt gegeven, aangepast worden.  Daarvoor kunnen we ook hulp gebruiken.

Doe eens een Iftarfeestje in plaats van een mosselsouper.
Paul Beloy :
"Om die redenen zouden we graag willen starten met allochtone sportstewards die in de plaatselijke voetbalclubs de allochtone jongeren en hun ouders mee begeleiden."

De discussie over participatie situeert zich vooral binnen cultuur.  Sport valt daar een beetje van tussen.  In de grootsteden is sport al wat meer betrokken maar bij veel lokale sportactoren is diversiteit en toegankelijkheid een nieuw gegeven.  Waar ligt dat aan ?
Paul Beloy :
"De kunstensector wordt meer gesubsidieerd en is beter gestructureerd dan de sportsector.  Als ik een voorstelling wil geven in een cultureel centrum, ga ik in Antwerpen naar een van de zeven culturele centra die allemaal goed uitgerust zijn met licht en techniek.  Er zit iemand aan het loket, er zijn drie à vier technici die mij kunnen helpen en in het kantoor zitten de verantwoordelijke van het cultureel centrum en eventueel nog een secretaresse."

Wat is de beste manier om kansengroepen te laten participeren ?
Paul Beloy :
"Via sport en vrije tijd.  Voor cultuur moet je bepaalde zaken begrijpen en moet je in vele gevallen de taal kunnen spreken.  Sporttaal is universeel.  De regels zijn in alle landen dezelfde."

Veel sportfunctionarissen horen het in Keulen donderen als het gaat over het werken met allochtonen of welzijnsprojecten.
Paul Beloy :
"Het is een kwestie van centen en prioriteiten.  Werken met allochtonen is boeiend en in veel gevallen een uitdaging.  Lokale sportactoren zijn daar niet voldoende voor opgeleid.  Ik treed elk jaar op met mijn musicalschool.  Ik laat dan allochtone meisjes instaan voor de opvang van de jongeren.  Omdat de kinderen van de musicalschool enkel Nederlands spreken, hebben die allochtone meisjes er heel veel aan.  Het is een onvoorstelbare werkervaring voor hen, maar het kost mij wel heel veel moeite.  ik moet die meisjes gaan halen en ze terug thuis brengen.  De voorstelling zelf is gedaan om 21.30u.  Vanaf 21u beginnen hun vaders al naar hen te bellen.  Ik moet een half uur rijden om die meisjes thuis te brengen om dan daarna terug te keren naar de mensen van mijn voorstelling.  Dat allemaal omdat ik met allochtone meisjes wil werken."

Welke advies geef je aan lokale sportactoren die met een soortgelijk project willen beginnen ?
Paul Beloy :
"Je kan dit project niet zomaar kopiëren.  Ik zit in een bevoorrechte situatie.  Ik zou een project proberen te linken met een club van een populaire sport uit de buurt.  Die clubs bestrijken een eigen regio, dat is het grote voordeel.  Je moet een beetje rondkijken naar de kansen in je omgeving.  Een samenwerking tussen verschillende actoren is altijd meegenomen.  Pasklare antwoorden vind je niet.  Je moet eerst een diagnose stellen en kijken wat er wel en niet is.  Eén van mijn toekomstwensen is dat wij tot een Topsport Antwerpen komen : een associatie tussen Giant (basket), Precurius (volleybal) en Germinal Beerschot.  Als je die mensen ook op communityvlak en op financieel gebied kan samenbrengen, heb je drie pijlers waarvoor je jongeren kan motiveren.  Ook volley- en basketbal hebben hun aanhang.  Met die mensen van die clubs probeer ik samen een project uit te werken."

Vanaf welk moment kan je van die jongeren verwachten dat het ook hun verantwoordelijkheid is en dat ze ervoor zorgen dat ze er op eigen kracht geraken ?
Paul Beloy :
"Dar zijn we mee bezig.  het is een groot discussiepunt tussen sport en samenlevingsopbouw.  Samenlevingsopbouw wil de jongeren blijven brengen en sport wil dat ze hun plan trekken.  Het volgende seizoen gaan we ze voor een deel begeleiden en voor een deel zelf hun gang laten gaan.  Dat is een emancipatieproces in het participeren aan het maatschappelijke leven.  Voor hen een leerproces.  Veel van die jongeren hebben een opvoedingsprobleem.  'Downtown' heeft de zware opdracht om aan die opvoeding mee te werken.  Dat kan je met sport, want daar zijn regels en scheidsrechters, een structuur.  Sport heeft universele gegevens.  Op die manier kan ik mijn jongens wel in het gareel houden.  Ik heb een pracht van een voetballer die uit een totaal ontwrichte thuissituatie komt.  Alleen met sport hou ik die recht.  Hij gaat naar school omdat hij anders niet mag sporten."

Wat heb je er zelf uit geleerd ?
Paul Beloy :
"Dat het heel boeiend maar ook heel zwaar is.  Het vraagt veel werk en je moet sterk in je schoenen staan.  Elke dag krijg ik een vijftal grappen te horen over het feit dat ik zwart ben.  Je zit met weerstand die je elke dag moet overwinnen.  Je zou kunnen ervaren wat ik bedoel als je gedurende één maand zwart geschilderd in het leven zou staan.  Of leef eens een maand met mij samen en hoor eens wat de mensen over ons zouden zeggen.  Ik heb één groot voordeel, mijn naam klinkt niet als die van een allochtoon.  Als ze mij ontmoeten vragen ze of ze de baas mogen spreken;  Dan zeg ik : "Dat ben ik" en dan antwoorden ze dat de de échte baas willen spreken.  Het Participatiedecreet is er niet te vroeg gekomen, integendeel."

Denk je dat het Participatiedecreet de zaken vooruit kan helpen ?
Paul Beloy :
"Ik vrees dat enkel quota's werken.  De meeste mensen zullen dat niet graag horen.  Vrouwen hebben nu ook een bepaald aantal vertegenwoordigers in de verschillende parlementen, alleen al door het feit dat bij de eerste drie plaatsen op een lijst een vrouw moet staan.  Ik weet dat Sandrine stopt met presenteren op VRT, maar ze wordt voorlopig niet vervangen.  Waar zit dat diversiteitsbeleid van de VRT ?  De kracht van het project 'Germinal Beerschot Downtown' is dat het door een allochtoon wordt getrokken.  Ik ben dan ook nog eens oud-speler, dat helpt.  Voor de mensen op het veld is dat wel een sterk signaal.  Op leidinggevende posten zie je niet veel allochtonen rondlopen.  Vorig jaar was er in Gent een dag rond interculturalisatie.  Als boegbeeld namen ze Ronny Mosuse en Hadise.  Met Hadise krijg je een bepaald segment van de allochtone gemeenschap niet mee.  Zij staat veel te ver van hun realiteit af.  Ik kan op het Kiel niet met Hadise afkomen, want ze loopt met een blote buik als ze optreedt.  Dat krijg ik aan mijn allochtone vrouwen niet verkocht.  Hun reactie is dan : "Als dat integreren is, hoeft het voor mij niet."  Je moet steeds naar je doelgroep kijken.  Het is leuk op tv maar voor de gemeenschap betekent het niets.  Als je verkeerde keuzes maakt, mis je je doel.  Het is een zware opdracht voor iedereen die daar mee bezig is.  Ik wil niet negatief doen, maar het is ook belangrijk dat je je huiswerk goed maakt."

Wat is integrerend werken ?  Het feit dat zij deelnemen aan het vrijetijdsleven of dat zij gemengd deelnemen, dat je wit en zwart, gehandicapt en niet gehandicapt door elkaar krijgt ?
Paul Beloy :
"Belangrijk is om die jongeren een forum en een plaats te geven.  Laat die mensen iets organiseren.  Geef ze de ruimte en zeg niet wat ze moeten doen.  Mijn zoon heeft zijn eigen radio '
www.Fresh2defradio.be' en alle jongeren hebben internet.  Ze luisteren niet meer naar MNM.  Sommige culturele instellingen programmeren cultfiguren waar veertig man op afkomt.  Laat die jongeren in het cultureel centrum voor hun doelgroep zelf een programma organiseren op die bepaalde dag en dat bepaald uur.  Als ze hulp nodig hebben, kunnen ze die vragen.  Het enige dat je nodig hebt is een beperkte begeleiding van ervaren personen.  Die maken samen een beginsituatie, een tussentijdse evaluatie en een financiële afrekening.  Geef die jongeren ruimte, laat hen die invullen en je zal verschieten wat het oplevert.  Wij willen altijd alles voor hen organiseren.  Marokkanen en Turken kijken allemaal naar Bollywoodfilms.  Ze kennen alle acteurs.  In Kinepolis spelen ze die films niet.  Wij zijn zo gericht op het Westerse da wij niet openstaan voor het andere."

Paul Beloy werd op 12/04/1957 in Kinshasa geboren.  Op 5-jarige leeftijd kwam hij met zijn vader en zus naar België.  Zijn vader ging studeren in Louvain-la-Neuve.  Paul werd met zijn zus groot gebracht in Mechelen, bij twee fantastische vrouwen op leeftijd.  Op 16-jarige leeftijd ging hij eerder toevallig voetballen bij KV Mechelen.  Twee jaar later stond hij in het eerste elftal.  Na een jaar KV Mechelen trok hij voor vier jaar naar Beerschot VAV.  In dezelfde periode werkte hij zijn studies Lichamelijke Opvoeding af in Antwerpen.  Na Beerschot speelde hij nog vijf jaar bij Lierse en volgde er nog een voetbaljaar in Nederland bij RKC Waalwijk.  Toen zijn voetballoopbaan erop zat, gaf hij les in het KA Antwerpen, daarna werd hij coördinator in het KA Hoboken.  Daarnaast is hij nu twee jaar Community Manager bij Germinal Beerschot.
Paul is vader van drie prachtige kinderen : Sarah, Tatyana en Yannick.

Bron : 360° Participatie - Marjolein Bultynck